Tobias Reijngoud

Loopbaan

Sollicitatietraining voor prostituees die op zoek zijn naar nieuw werk

gepubliceerd in nrc-next, feb. 2010

Prostituees in Amsterdam, Deventer en Haarlem worden begeleid naar ander werk. Hun jaren op de wallen zijn soms erg leerzaam.

,,Je leert jezelf verkopen, maar op een andere manier dan op de wallen", zegt de dertigjarige Amsterdamse ex-prostituee, een van de deelneemsters aan het programma ‘Een nieuw perspectief' in de Amsterdamse rosse buurt. Het zogenaamde uitstapprogramma begeleidt prostituees naar ander werk en is opgezet door Randstad HR Solutions en Scharlaken Koord, een maatschappelijke organisatie op de wallen.

,,Van achter het raam naar een gewone kantoorbaan is een grote stap. Je geeft iets wat je kent op voor iets nieuws", zegt de ex-prostituee die niet met haar naam in de krant wil. We spreken haar op het kantoor van Randstad in Amsterdam Zuid-Oost. ,,Als je een gewone baan wilt hebben, moet je solliciteren. Goed nadenken over je motivatie, jezelf verkopen aan de werkgever, een cv maken, een sollicitatiebrief schrijven, een gesprek voeren. Ik heb zes jaar als prostituee gewerkt en hoefde dat soort dingen nooit te doen. En dus schrok ik er in eerste instantie voor terug. Maar ik ben blij dat ik vorig jaar besloten heb het programma te volgen." Ze is even stil, maar vervolgt dan met een trotse glimlach: ,,Ik heb de trainingen inmiddels achter de rug en ben eind vorig jaar definitief gestopt op de wallen." In maart start ze met een stage van vier maanden bij een administratiekantoor. Dat werk sluit aan op de financiële opleiding die de vrouw deed voordat ze op de wallen ging werken.

‘Een nieuw perspectief' is een proefproject van ruim een jaar, deels gesubsidieerd door het ministerie van sociale zaken. In mei wordt de proef in Amsterdam afgesloten, twee zusterprojecten in Haarlem en Deventer lopen door tot het einde van het jaar. ,,Maar we hopen op verlenging", aldus Ineke Punt, coördinator van het programma bij Scharlaken Koord. ,,Er zijn in Nederland ook andere uitstapprogramma's voor prostituees, maar ons programma is uniek vanwege de samenwerking met Randstad. Het is sterk gericht op het vinden van nieuw werk en het ontwikkelen van de vaardigheden die daarvoor nodig zijn."

Het programma van Scharlaken Koord is praktijkgericht, legt Punt uit. De vrouwen leren sollicitatiebrieven schrijven en een cv opstellen. Maar daarnaast worden ze ook geholpen bij het aanvragen van een uitkering, het oplossen van eventuele schuldenproblematiek en het zoeken naar werk. Aan dat soort praktische begeleiding is veel behoefte, zo blijkt uit de contacten van Scharlaken Koord met prostituees. ,,Veel vrouwen die willen stoppen hebben geen idee hoe ze dat moeten aanpakken", legt Punt uit. ,,Prostituees zitten vaak min of meer vast in hun wereld. Ze hebben maar een klein netwerk buiten het wereldje. Bovendien hebben ze soms schulden waardoor ze huiverig zijn om hun inkomen op te geven."

Deelname aan het uitstapprogramma kost ongeveer een dagdeel per week, gedurende een periode van negen maanden. Het programma bevat zowel individuele begeleiding als trainingen in groepen van maximaal acht deelnemers. Vorig jaar zijn in totaal vierentwintig vrouwen met het programma gestart. Van de vrouwen die het programma volgen zijn er tot dusver twee gestart met een beroepsopleiding, hebben twee een fulltime baan en zijn er vijf met een stageplek in uiteenlopende sectoren als kinderopvang, horeca, lichamelijke verzorging en administratie.

Het volgen van het uitstapprogramma is een training op zichzelf. ,,De vrouwen moeten een heel ander dagritme aanleren", zegt Marieke Ruhe, trainer en adviseur bij Randstad. ,,Ze zijn niet gewend aan de gewone werknemersdisciplines, zoals op tijd op je werk komen of een afspraak afzeggen als je verhinderd bent. Door alleen al aan het trainingsprogramma deel te nemen, leren ze dat soort gedrag weer aan." Ineke Punt van Scharlaken Koord vult aan: ,,Veel prostituees zijn toch een soort eigen baas. Ze bepalen vaak hun eigen werktijden. Het is een grote overgang voor ze als ze ineens van negen tot vijf op een kantoor moeten zitten."

Toch is de tijd achter het raam voor veel vrouwen ook nuttig. Dat zegt Jessica Westerik. Zij promoveerde eind vorig jaar aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht op een onderzoek onder ex-prostituees. Westerik heeft veertig ex-prostituees een aantal jaren gevolgd en intensief gesproken. ,,Bijna allemaal zien ze de periode achter het raam, voor de gemiddelde prostituee zo'n acht jaar, als een leerzame ervaring waar ze een sterker karakter door ontwikkelen", zegt de onderzoekster. ,,Het is een tamelijk eenzaam beroep, het oordeel van de buitenwereld is vaak negatief. Daardoor worden de vrouwen op zichzelf teruggeworden. Dat maakt hen krachtig. Eén van de vrouwen die ik sprak zei: ik heb het werk gedaan dat in de ogen van veel mensen het ergste is wat je kunt doen, maar ik kon het aan. Nu kan ik alles aan."

Tobias Reijngoud

Veel expats terug naar huis door crisis

gepubliceerd in nrc-next, juni 2010

Door de crisis halen veel bedrijven hun personeel uit het buitenland terug naar Nederland. Hier je draai weer vinden blijkt vaak lastig.

Sinds het uitbreken van de economische crisis zijn veel multinationals niet zo scheutig meer met het uitzenden van personeel naar het buitenland. De meeste bedrijven hebben veel van hun ‘expats’ zelfs teruggehaald naar Nederland. Dat zegt Betina Szkudlarek, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Szkudlarek promoveerde op het expatbeleid van internationale bedrijven. Szkudlarek: ,,Er zijn geen totaalcijfers van het aantal expats dat door de crisis in teruggekeerd. Toch staat vast dat er de afgelopen twee jaar flink is bezuinigd op de expatpopulatie.” Bezuinigen op expats in tijden van crisis ligt namelijk voor de hand. ,,Uitzendingen naar het buitenland zijn duur”, legt Szkudlarek uit. ,,Het is dus een aantrekkelijke bezuinigingspost.”

Dat er flink is gesnoeid in het aantal expats is ook de ervaring van Nannette Ripmeester, directeur van Expertise in Labour Mobility, een bureau dat grote multinationals adviseert over hun buitenlandse uitzendingen. Ripmeester: ,,Uit onze contacten blijkt dat het aantal uitzendingen bij grote multinationals door de crisis gemiddeld met enkele tientallen tot zelfs honderden is afgenomen. Dat is relatief een forse teruggang, want veel multinationals hadden voor de crisis vaak zo tussen de 300 en 1100 mensen in het buitenland werken.”

Volgens onderzoekster Szkudlarek valt de terugkeer naar de Nederlandse vestiging voor expats vaak vies tegen. ,,In het buitenland hebben ze een behoorlijk grote verantwoordelijkheid en relatief veel vrijheid om een eigen koers te varen”, legt ze uit. ,,Men zit alleen of met een paar collega’s in een ver land. Daardoor werken veel expats feitelijk op een hoger niveau dan iemand op een vergelijkbare functie op het hoofdkantoor in Nederland”. Het is dan ook een koude douche als ze na een paar jaar weer terug zijn en onder een afdelingshoofd komen te werken die ze bij wijze van spreken driemaal per dag op de gang tegenkomen.

Expats hebben vaak contacten op hoog niveau, vult Nannette Ripmeester aan. ,,Zeker in relatief kleine Afrikaanse landen zit je als buitenlander al snel met een minister of een andere hoge vertegenwoordiger aan tafel. Als je dat een flink aantal jaar gewend bent, is het lastig om weer terug te keren naar een functie in Nederland. Hier is het soms al moeilijk om met een gemeenteambtenaar een afspraak te maken.” Een expat is een vooruitgeschoven post van de multinational, legt Ripmeester uit. ,,Men wordt uitgenodigd voor de belangrijke gebeurtenissen in het land, zoals recepties op ambassades en de viering van nationale feestdagen. Terug in Nederland is dat meestal weer voorbij. En dat blijkt voor veel mensen emotioneel een behoorlijke domper.”

Niet alleen expats zelf, ook bedrijven onderschatten de overgang naar Nederland, zegt Ripmeester. ,,Dat leidt er toe dat dertig procent van de oud-expats binnen een paar jaar op zoek gaat naar een nieuwe baan of als zelfstandige aan de slag gaat.” Om dat te voorkomen is het volgens Ripmeester van belang de kennis en ervaring te erkennen die ze hebben opgedaan. Dat kan bijvoorbeeld door een expat te blijven betrekken bij de activiteiten die het bedrijf ontplooit in het land waar hij heeft gewerkt. Ook als dat eigenlijk niet past binnen de nieuwe functie die zo iemand na terugkeer in Nederland heeft. Ripmeester: ,,Geef iemand die vijf jaar in Kenia heeft gezeten een rol als intern adviseur voor de Afrikaanse en Keniaanse markt. Daarmee erken je zijn lokale expertise. Dat geeft mensen het gevoel dat ze gewaardeerd worden.”

Bovendien is het in het belang van het bedrijf om zorgvuldig met ex-expats om te springen. Want, zegt Ripmeester, bedrijven zenden vaak juist hun meest veelbelovende mensen uit. ,,Een verblijf in het buitenland is een manier om toekomstige managers ervaring op te laten doen. Op die mensen moet je als bedrijf extra zuinig zijn, ook als ze weer terug zijn in Nederland. Het is zonde van de investering als ze snel na thuiskomst vertrekken naar een nieuwe werkgever.”

Tobias Reijngoud

Veel lachen op het werk voorkomt stress en verbetert de samenwerking

gepubliceerd in nrc-next, nov. 2010

Humor op het werk verbetert de samenwerking met collega’s, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Een spoedcursus humor op het werk in vijf tips.

,,Medewerkers die veel lachen, werken beter samen.” Dat zegt Sibe Doosje, gezondheidspsycholoog aan de Universiteit Utrecht. Doosje promoveerde begin deze maand op een onderzoek naar humor op het werk. ,,Met een grap haal je de kou uit de lucht als een collega bijvoorbeeld boos op je is”, legt Doosje uit. ,,De situatie loopt minder rap uit de hand en je komt sneller tot een vergelijk. De kans dat de sfeer ontspannen blijft is groter.”

Doosje ondervroeg ruim vijftig werknemers naar het effect van humor en lachen op het werk. ,,Veel lachen heeft een positief psychisch effect, want mensen die vaak lachen gaan zich beter voelen”, legt de onderzoeker uit. Volgens Doosje is het nuttig om lachen bewust te stimuleren. ,,Door alleen al lachbewegingen te maken met je mond en je ogen, reageren collega’s positiever op wat je doet en zegt. Dat bevordert de sfeer, het onderlinge contact en de samenwerking.”

Zorg er dus voor dat je veel lacht op je werk, tipt Doosje. ,,De kans dat dat gemaakt overkomt, is klein. Want we lachen sowieso vaak gemaakt. In een gesprek glimlachen we aanmoedigend als de ander iets zegt. Dat doen we niet omdat de ander zo grappig is maar alleen om de conversatie aan de gang te houden. Dat is een volkomen geaccepteerde vorm van gemaakt lachen.” Toch moet je lachen niet overdrijven, waarschuwt de onderzoeker. ,,Iemand die heel veel lacht wordt verdacht. Wil hij misschien verbergen dat hij niets van het onderwerp weet of dat hij zich onzeker voelt?”

Tip 1: Maak een lachwandeling

Je chagrijnige collega’s zat? Organiseer een lachwandeling met ze. ,,Dat komt de sfeer op de afdeling behoorlijk ten goede’’, weet humorcoach Marleen Heeman. Heeman geeft lachwandelingen bij overheden en bedrijven. Heeman: ,,Ga met collega’s wandelen in het park en doe ondertussen lachoefeningen. Zoals gesprekjes voeren in een onbekende taal, in het Japans of zo. Dan maak je dus vreemde klanken en dat werkt op de lachspieren. Of ga in tweetallen tegenover elkaar staan en wees elkaars lachspiegel. De een maakt een beweging en de ander doet dat na zoals het te zien zou zijn in een vervormende spiegel. De moraal van de lachwandeling is volgens Heeman dat je situaties kunt creëren waarin mensen sneller in de lach schieten. ,,Humor hoeft niet spontaan te ontstaan”, aldus Heeman. ,,Herman Finkers zei ooit: de leukste grappen zijn niet-bedacht. Maar ja, bedenk die maar eens.”

Tip 2: Maak een goed-nieuws-muur

Sandra is zwanger (na twee jaar proberen)! We hebben die nieuwe opdracht van 5 miljoen binnengehaald! ,,Met een goed-nieuws-muur kun je dit soort nieuwtjes delen met je collega’s”, zegt Martha Jong, humortrainer en eigenaar van trainingsbureau Jobtraining. De goed-nieuws-muur is een muur in de hal bij de ingang van het kantoor. Medewerkers kunnen er memo’s, briefjes en posters op kwijt met mooie berichten over het bedrijf en het personeel. ,,Door de goed-nieuws-muur gaan medewerkers vrolijker en lachend aan het werk”, aldus Jong.

Tip 3: Richt een geheime humorclub op

Humor moet het hebben van verrassing. ,,Wie wil dat er meer gelachen wordt op zijn kantoor, doet er goed aan een geheime humorclub op te richten”, zegt Martha Jong van Jobtraining. ,,Dat is een groepje mensen dat af en toe iets leuks of ludieks organiseert, zoals een verrassingsontbijt in het bedrijfsrestaurant.” Niemand weet wie dat ontbijt heeft klaargezet. Niemand weet zelfs van het bestaan van de geheime humorclub af. En juist dat maakt het effectief, aldus Jong. ,,Zo’n humorclub maakt het spannend om naar je werk te gaan. Wat zou er vandaag georganiseerd zijn? En wie zit er eigenlijk achter?” Je moet het volgens Jong echter niet overdrijven. ,,Elke dag iets verrassends is niet meer verrassend. De geheime humorclub moet wel zijn momenten kiezen.”

Tip 4: Lach gemaakt

Begin de dag met een gemaakte lach. Dat tipt lachpsycholoog Alida van Leeuwen. Van Leeuwen geeft workshops lachyoga bij overheden en bedrijven. ,,Lachen werkt aanstekelijk. Als je zelf lacht, nemen anderen dat vaak over, ook als je gemaakt lacht”, aldus Van Leeuwen. ,,Loop ’s ochtends eens de afdeling op terwijl je hardop lachend een telefoongesprek afsluit”, raadt Van Leeuwen aan. ,,Het maakt niet uit of dat een echt gesprek is of een nepgesprek: je zult merken dat je collega’s op je lach reageren. Sommigen worden er vrolijk van en kijken je even lachend aan. Anderen kijken verbaasd op. Wat ze ook doen, je krijgt reactie en er is contact. Heel anders dan wanneer je rustig en stil naar je bureau loopt.

Tip 5: Deel je blunders

,,Agendapunt 1: de notulen van de vorige vergadering. Wie heeft er opmerkingen? Pagina 1…’’ Zo gaan veel vergaderingen van start. ,,Dodelijk saai”, zegt humortrainer Martha Jong. ,,Het is veel leuker om de vergadering af te trappen met het vertellen over je eigen blunders en uitglijers. Dan wordt er tenminste gelachen en zit de sfeer er meteen goed in.” Bovendien is blunders delen ook educatief: je leert zo ook van elkaars fouten. Er ontstaat een gevoel van verbondenheid en het onderlinge contact wordt persoonlijker, zegt Jong. ,,Mensen die elkaar vertellen over hun eigen fouten, stellen zich kwetsbaar op. Ze durven het imago van ‘kijk mij eens alles goed doen’ los te laten. Mannen vinden dat over het algemeen veel moeilijker dan vrouwen, blijkt uit mijn ervaring.”

Tobias Reijngoud

De gemeenteraad als carrièrestap

gepubliceerd in nrc-next, nov. '09

Begin maart 2010 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Wat levert het lidmaatschap van de gemeenteraad je op voor je verdere carrière?

Er is haast bij. Wie de komende vier jaar één van de bijna 10.000 zetels in de Nederlandse gemeenteraden wil bezetten, moet er voor zorgen dat hij voor 19 januari op de kandidatenlijst staat van een politieke partij. Want dat is de datum waarop de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 officieel worden vastgesteld. Maar de vraag is natuurlijk waarom je zo nodig in de gemeenteraad zou willen. Het is weliswaar nobel om je op die manier maatschappelijk nuttig te maken, maar levert het raadslidmaatschap je ook wat op voor je verdere loopbaan?

Jazeker, vindt Peter Otten, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. ,,Als raadslid ontwikkel je eigenschappen en competenties die in je ‘gewone' werk enorm van pas komen. Neem het afwegen van het algemeen belang tegen de individuele belangen van burgers. Dat is voor leden van de gemeenteraad bijna dagelijkse kost. Ze zijn immers makkelijk aanspreekbaar en hebben veel contact met inwoners van hun gemeente. Juist voor raadsleden is de valkuil dan ook groot om mee te gaan met de individuele bezwaren van een inwoner tegen bijvoorbeeld het besluit een weg te verbreden. Zo'n bezwaar is goed voorstelbaar wanneer het bijvoorbeeld leidt tot extra verkeersoverlast bij die inwoner voor de deur. Als raadslid is het de kunst om weliswaar te luisteren naar de bezwaren maar je uiteindelijke standpunt te bepalen op basis van bredere afwegingen. Precies die competentie komt van pas wanneer je bijvoorbeeld leidinggevende bent bij een bedrijf. Dan opereer je immers op het snijvlak van het algemene bedrijfsbelang en de individuele belangen van werknemers."

Ook Gerda Bosdriesz, projectleider locale democratie bij het Instituut voor Publiek en Politiek, meent dat je van het lidmaatschap van de gemeenteraad veel opsteekt. ,,Je leert omgaan met weerstanden en ontwikkelt inzicht in besluitvormingsprocessen. Dat komt van pas bij elke baan. In de politiek leer je dat een voorstel niet alleen wordt aangenomen omdat het inhoudelijk zo goed is. Het gaat erom de relevante partijen en belangengroepen vroegtijdig te betrekken bij het besluitvormingsproces en ze jouw kant op te krijgen. Alleen als je dat doet, is er kans op succes. Dat geldt in de politiek maar ook bij bedrijven en de overheid."

Toch is het lidmaatschap van de gemeenteraad niet alleen maar positief voor je carrière. ,,Zeker het bedrijfsleven zit niet altijd te wachten op gemeenteraadsleden als werknemers", zegt Marion Stein, griffier bij de gemeente Den Haag. Een griffier is in dienst van de gemeente en ondersteunt de gemeenteraad. Stein: ,,Het raadswerk kost een paar dagen per week. Voor werkgevers is dat vaak bezwaarlijk en kan je loopbaan hinderen. Bovendien zijn raadsleden door hun werkgever niet vrij inzetbaar in de gemeente waar ze in de raad zitten. Dit om belangverstrengeling te voorkomen. Eigenlijk geldt dat veel werkgevers wél geïnteresseerd zijn in oud-raadsleden maar minder in actieve raadsleden." Ook Kasper Driehuijs, griffier bij de gemeente Hilversum en oud-raadslid in Utrecht, ziet mogelijke complicaties bij het combineren van het raadslidmaatschap met een betaalde baan. Driehuijs: ,,Het raadswerk is weliswaar enorm interessant en leerzaam, maar ik kan me voorstellen dat niet elke werkgever zit te wachten op een werknemer die als raadslid voortdurend met allerlei partijpolitieke standpunten in de openbaarheid komt."

Ook Titia Lont die namens adviesbureau P&O Services Groep oud-politici begeleidt bij hun verdere carrière, ziet niet alleen positieve kanten aan het raadslidmaatschap. Lont: ,,Het imago van politici is niet altijd positief. Ze worden toch vaak gezien als eigenwijze mensen die snel een mening ventileren en de neiging hebben aan de touwtjes te willen trekken. Daar zit niet elke werkgever op te wachten." Toch valt het imagoprobleem voor raadsleden in de praktijk mee, aldus Lont. ,,Raadslidmaatschap is geen fulltime baan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het lidmaatschap van de Tweede Kamer. De meeste raadsleden doen het politieke werk naast hun gewone baan. Ze staan dus met twee benen in de maatschappij en hebben minder last van het soms negatieve imago dat aan beroepspolitici kleeft. Bovendien blijkt uit onderzoek dat het bedrijfsleven weliswaar huiverig is om oud-politici aan te nemen, maar dat ze enorm worden gewaardeerd als ze eenmaal bij een bedrijf binnen zijn. Ze brengen vaak een breed netwerk mee en hebben inzicht in besluitvormingsprocessen. Dat is voor elk bedrijf natuurlijk aantrekkelijk."

Tobias Reijngoud

Sneller ruzie tijdens de economische crisis

gepubliceerd in: nrc-next, april '09

44 Miljoen werkdagen gaan jaarlijks verloren aan ruzies op het werk. De kans op arbeidsconflicten neemt toe door de economische crisis.

Conflicten op het werk zijn van alle tijden, maar juist tijdens een economische crisis zoals we die nu beleven lopen irritaties sneller uit de hand. Dat zegt Maria van Boekelen, regiomanager van adviesbureau OPP dat onlangs onderzoek deed naar het voorkomen van arbeidsconflicten in verschillende landen in Europa en daarbuiten. Van Boekelen: ,,Hoge werkdruk, stress en onzekerheid over de toekomst zijn allemaal factoren die spanningen kunnen veroorzaken. Juist in economisch zware tijden spelen deze factoren een grote rol."

En dus is het belangrijk om te zorgen dat een ruzie niet uit de hand loopt. Maar hoe doe je dat? Daarover publiceerde advocaat Aernoud Bourdrez eerder deze maand een boek met de titel GRRR. Hij geeft talloze tips voor het voorkomen en oplossen van conflicten. ,,Mijn belangrijkste tip aan iemand die een conflict heeft: vraag jezelf af hoe je over tien jaar wilt terugkijken op de manier waarop je hebt gehandeld. Of het nu gaat om een conflict op het werk, een echtscheiding of een burenruzie: uiteindelijk komen in elk conflict dezelfde patronen terug. Zoals de neiging tot vergelding. Je vindt dat je baas of je partner jou dingen heeft aangedaan, en nu wil je hem terugpakken. Maar wie een conflict tot een goed einde wil brengen, moet over die reflex heen stappen en even afstand nemen. Neem een echtscheiding. Wat wil je tegen je dochtertje zeggen als zij over tien jaar aan je vraagt: papa, hoe heb je de scheiding toen eigenlijk aangepakt?"

Even afstand nemen klinkt eenvoudig. Maar als de gemoederen flink zijn verhit, is het lastig. Dat is de ervaring van Bart (40). ,,Tot een paar jaar geleden was ik mededirecteur van een adviesbureau. De samenwerking met mijn collega-directeur verliep eerst voorspoedig, maar op een gegeven moment ontstond verschil van inzicht over de koers van het bedrijf. Eerst was het een inhoudelijke discussie, maar het werd persoonlijk toen ik besloot ontslag te nemen omdat ik er geen vertrouwen meer in had dat we er samen uit zouden komen. Mijn collega-directeur vond dat ik verraad pleegde aan het bedrijf en heeft allerlei pogingen gedaan om mijn verzelfstandiging te voorkomen. Zo probeerde hij juridisch vast te leggen dat ik na mijn vertrek niet in dezelfde branche zou gaan werken. Dat is niet gelukt, ik ben uiteindelijk toch weggegaan en heb nu een mooie baan bij een ander adviesbureau. Het hele proces heeft een maand of zes geduurd. Ik heb steeds geprobeerd zodanig te handelen dat ik mezelf elke dag recht in de spiegel kon aankijken. Dat is over het algemeen gelukt, maar toch heb ik in de hitte van de strijd ook dingen gedaan en gezegd waar ik achteraf spijt van heb."

In Nederland gaan jaarlijks 44 miljoen werkdagen verloren aan conflicten en ruzies op de werkvloer. Dat blijkt uit het onderzoek van adviesbureau OPP. De Nederlandse werknemer besteedt wekelijks gemiddeld bijna een uur van zijn werktijd aan conflicten. Die tijd gaat op aan het conflict zelf, maar ook aan gesprekken met collega's over de ruzie, of aan pogingen die bedoeld zijn om de ruzie op te lossen. Het grootste deel van de verloren werkdagen heeft betrekking op kleine en grote irritaties, bijvoorbeeld over het gedrag van het afdelingshoofd. ,,Gebrek aan leiderschap en slechte communicatie door de baas zijn belangrijke oorzaken van conflicten", zegt Maria van Boekelen van OPP. ,,Het gaat vaak om terugkerende irritaties. Zoals een afdelingshoofd dat mailtjes stuurt zonder ‘beste' erboven en zonder ‘met vriendelijke groeten' eronder. Of een baas die niet vraagt of je iets wilt doen, maar kortheidshalve zegt: ‘doe jij dit even.' Dat soort dingen schiet mensen in het verkeerde keelgat en leidt vaak tot gemopper op de afdeling en soms tot een emotionele uitbarsting of een formeel arbeidsconflict."

44 Miljoen verloren werkdagen op jaarbasis mag veel lijken, uit het onderzoek van OPP blijkt dat Nederlanders in vergelijking met werknemers in andere landen juist erg weinig tijd besteden aan arbeidsconflicten. Volgens Van Boekelen lopen Nederlanders het liefst met een grote boog om een potentiële ruzie heen. ,,We halen onze schouders er over op, slikken onze irritatie in en gaan over tot de orde van de dag. Ondertussen gaan we wel klagen tegen andere collega's, vrienden of de partner thuis." Deze houding is weinig constructief. Van Boekelen: ,,Nederlanders kunnen veel leren van de manier waarop bijvoorbeeld Brazilianen omgaan met arbeidsconflicten. In Brazilië spreekt men ergernissen sneller uit, blijkt uit ons onderzoek. Men ziet een conflict als een kans om eerlijk tegen elkaar te zijn en feedback te geven en te krijgen. Die openheid verbetert de samenwerking op de langere termijn en voorkomt het opkroppen van irritaties."

Tobias Reijngoud

Was ik maar een vrouw

gepubliceerd in nrc-next, maart '09

De economische crisis bedreigt de werkgelegenheid. Maar de crisis biedt juist vrouwen ook nieuwe kansen op de arbeidsmarkt.

De werkgelegenheid van vrouwen heeft minder te lijden onder een economische crisis dan die van mannen. Zo was het althans in het verleden. Dat zegt Ans Merens, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). ,,Vrouwen zijn zwaar oververtegenwoordigd in de sectoren onderwijs en zorg. Daar is zestig tot tachtig procent van de werknemers vrouw. De banen in die sectoren zijn relatief veilig. Tijdens de vorige economische crisis tussen 2002 en 2004 bleef de arbeidsdeelname onder vrouwen gemiddeld constant. De arbeidsparticipatie onder mannen daalde echter. Mannen werken relatief vaak in conjunctuurgevoelige sectoren als de bouwnijverheid, de industrie en de ICT. Als het economisch tegenzit vallen daar vrijwel altijd als eerste de klappen."

Inmiddels zijn we in nog zwaarder economisch weer beland dan zes jaar geleden. En dus is het de vraag of de ervaringen van toen een goede voorspeller zijn voor komende periode. Merens is behoedzaam: ,,Juist in deze crisis wordt ook de financiële sector hard geraakt. Bijna de helft van de werknemers daar is vrouw. Die relatief zware vertegenwoordiging kan niet zonder gevolgen blijven voor de arbeidsparticipatie van vrouwen in het algemeen."

Aan de andere kant: de uitgangssituatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is sinds de vorige economische storm sterk verbeterd. Dat blijkt uit de Emancipatiemonitor die het SCP en het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand presenteerden. De arbeidsparticipatie van vrouwen is flink toegenomen. Van de vrouwen tussen de 15 en 64 jaar heeft bijna zestig procent een baan van tenminste twaalf uur in de week. In 2005 lag dat percentage op 53.

Die cijfers staan de komende tijd onder druk, verwacht Ans Merens. Maar er is ook hoop. Want de huidige crisis biedt juist vrouwen ook nieuwe kansen. Dat zegt Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ,,Bedrijven met meer vrouwen aan de top doen het op lange termijn beter dan bedrijven zonder vrouwen op hoge functies. Ze maken meer winst, de omzet stijgt constanter en de aandelenkoersen zijn stabieler. Dat blijkt uit onderzoek onder grote bedrijven in Europa en de Verenigde Staten." Vrouwen die hogerop willen, hebben in het algemeen dus wel wat voor op hun mannelijke concurrenten. Sent: ,,Zeker als je bedenkt dat uit onderzoek naar voren komt dat vrouwen juist in onzekere tijden beter in staat zijn om risico's in te schatten dan mannen."

De verklaringen waarom ‘vrouwenbedrijven' het beter doen dan ‘mannenbedrijven' zijn volgens Sent zo oud als de wereld. ,,Vrouwen zijn behoudender, nemen minder risico en zijn minder overdreven optimistisch dan mannen. Dat betaalt zich bij bedrijven waar vrouwen in de directie zitten vooral uit op de langere termijn. Bovendien: de kredietcrisis is nu juist veroorzaakt doordat banken en bedrijven te grote risico's hebben genomen. Typisch een mannelijk machotrekje. En dus zou de crisis voor bedrijven een aansporing moeten zijn om balans te brengen tussen het aantal vrouwen en mannen in de top." Dat er op dit vlak nog een wereld te winnen is, blijkt uit de Emancipatiemonitor: in Nederland wordt slechts 7 procent van het aantal topfuncties in het bedrijfsleven vervult door vrouwen.

De economische crisis biedt niet alleen kansen voor vrouwen in topfuncties. Ook in lagere functies kan het arbeidsperspectief verbeteren, meent Ans Merens van het SCP. ,,Vooral in de zorg zijn de personeelstekorten nog steeds groot. Daar kunnen natuurlijk zowel mannen als vrouwen van profiteren. Maar omdat vooral vrouwen die sector aantrekkelijk vinden, kan het best zo zijn dat in de praktijk vooral zij van de arbeidskansen gebruik gaan maken." Tot slot: de crisis kan voor vrouwen eenvoudigweg een stimulans zijn om meer te gaan werken, zegt Merens. ,,Als de man in een gezin zijn baan verliest, kan dat voor zijn vrouw een duw in de rug zijn om op zoek te gaan naar werk of om haar deeltijdbaan uit te breiden."

Tobias Reijngoud

Ademhalen door je neus met de tl-buizen uit

gepubliceerd in: nrc-next, januari '09

Vakbonden en werkgevers in de welzijnssector zien meditatie als nuttig instrument om personeel te leren omgaan met stress op het werk. Vakbond CNV Publieke Zaak zou het recht op meditatie graag vastleggen in de cao, maar dat gaat werkgevers te ver.

Mediteren op het werk kan personeel helpen om beter met spanning en stress om te gaan. Dat zegt vakbond CNV Publieke Zaak. Op initiatief van de bond werd de afgelopen zes maanden een proefproject uitgevoerd bij vijf welzijnsinstellingen. Bij iedere instelling kregen groepjes medewerkers van de baas de tijd om eenmaal in de week een meditatiesessie te houden op kantoor. De groepen werden begeleid door een professionele zen-leraar. CNV-woordvoerder Lizelotte Smits: ,,Uit de evaluatie blijkt dat de deelnemers zich gedurende de zes maanden vitaler voelden en dat hun arbeidsvreugde toenam. Ze hadden ook het idee dat ze zich beter konden concentreren op hun werk. Het project kreeg van de deelnemers een 7,7 als rapportcijfer."

Het proefproject is inmiddels afgelopen. Maandag besprak CNV de evaluatie met een vertegenwoordiging van de MOgroep, de brancheorganisatie van welzijnsinstellingen. ,,Wij hebben het project ondersteund", zegt de woordvoerder van de MOgroep. ,,We zijn altijd geïnteresseerd in manieren om het werk voor onze werknemers prettiger te maken. Meditatie zou daar een rol bij kunnen spelen."

Op basis van de resultaten van het proefproject zou CNV graag zien dat werknemers in de welzijnssector het recht krijgen om twintig minuten per dag onder werktijd te mediteren, zegt Lizelotte Smits van de vakbond. ,,Het mooiste zou zijn als we dat kunnen vastleggen in de cao voor welzijn en maatschappelijke dienstverlening. Die moeten we volgend jaar afsluiten." De cao geldt voor bijna 100.000 werknemers. De cao-wens van CNV lijkt echter een brug te ver voor de werkgevers ,,Meditatie kan zeker nuttig zijn, maar niet voor iedereen", aldus de woordvoerder van de brancheorganisatie van welzijnsinstellingen. ,,Of je er wat aan hebt verschilt van persoon tot persoon. Een algemeen instrument als de cao is daarom niet geschikt om op dit vlak afspraken te maken."

In de cao of niet, bij Cumulus Welzijn in Utrecht is men behoorlijk te spreken over meditatie op de werkvloer. Cumulus was een van de vijf instellingen die meedeed aan het proefproject van CNV met een groep van dertien medewerkers. ,,De deelnemers waren over het algemeen enthousiast", vertelt personeelsadviseur Tineke Rijpkema die zelf deelnam aan de sessies. Rijpkema: ,,Mediteren is een goede manier om tot jezelf te komen. In de dagelijkse hectiek van het werk is dat waardevol."

Nu het proefproject voorbij is, gaan ze bij Cumulus gewoon door met mediteren, elke dinsdagochtend een halfuurtje voorafgaand aan het werk. De deelnemers zitten op stoelen rond een vergadertafel. Voeten op de grond, rug recht en de handen op schoot. De tl-verlichting is uit, op tafel staan kaarsen. ,,Zo zitten we twintig minuten in stilte bij elkaar", vertelt Rijpkema. ,,Tijdens de meditatie hou je de ogen half gesloten en concentreer je je op de ademhaling. Na een tijdje wordt het hoofd leger en komt er een soort rust over je." De bijeenkomsten bij Cumulus eindigen met tien minuten gezamenlijk theedrinken. Ook in stilte. Anders dan de sessies tijdens het proefproject vinden de huidige bijeenkomsten bij Cumulus plaats in de eigen tijd van de medewerkers.

Volgens Rijpkema zijn de wekelijkse bijeenkomsten vooral van belang om de kunst van het mediteren niet te vergeten. ,,Meditatie wordt pas écht nuttig als je het ook buiten de sessies om toepast. Gewoon in je dagelijkse werk. Dat probeer ik zoveel mogelijk te doen. Als mijn mailbox vol zit en ik van de ene vergadering naar de andere ren, is het prettig om even pas op de plaats te maken en een paar minuten stil en geconcentreerd achter mijn bureau te zitten. Dat geeft ruimte in mijn hoofd om alles te ordenen."

Voor zover bekend is het CNV-idee om het recht op mediteren vast te leggen in de cao, uniek. Maar dat geldt niet voor mediteren onder werktijd, zegt Lisette Nannenberg van Leeftijl, Training & Coaching in Dalfsen. ,,Wij verzorgen opleidingsprogramma's voor managers en medewerkers van bedrijven als Achmea en Nuon. Meditatie is daar vaak een onderdeel van." Jaarlijks kloppen enkele duizenden werknemers aan bij het centrum. Volgens Nannenberg wil het centrum het meditatieaanbod de komende tijd verder uitbreiden. ,,We bekijken momenteel of we boeddhistische trainers kunnen inzetten bij een andere activiteit van ons centrum, namelijk de begeleiding van mensen die een burn-out hebben gehad. Meditatie kan hen helpen om beter te luisteren naar zichzelf zodat ze minder kans lopen op herhaling van de klachten."

Tobias Reijngoud

De rondleiding? Eh, die komt morgen

gepubliceerd in NRC-Handelsblad en nrc-next, dec. '08

De meeste bedrijven doen weinig tot niets aan het inwerken en introduceren van nieuwe medewerkers. Acht procent van de verse instroom is binnen zes maanden alweer vertrokken.

,,Dan zeggen ze: morgen krijg je een rondleiding. Dat klinkt leuk, maar voor je het weet ben je twee weken verder en is er nog steeds niks gebeurd. Tegen die tijd hoeft het ook niet meer want dan heb ik me inmiddels zelf al wel rondgeleid.” Zo is het Remco Bolander (38) de afgelopen jaren vaker vergaan tijdens de eerste weken op een nieuwe werkplek. ,,Ik werk in de automatisering. De werkdruk is ontzettend hoog en er is weinig tijd voor een rustige introductie in het bedrijf. Je moet vanaf minuut één aan de slag. Ik vind dat eigenlijk wel lekker.”

Bolander mag dan weinig last hebben van een matige introductie op een nieuwe werkplek, volgens publicist Toine Al snijden bedrijven zich behoorlijk in de vingers als ze hun nieuwe medewerkers zonder begeleiding in het diepe gooien. Daarom schreef Al een boek over het belang van een goede introductie: De introductiegids. ,,Acht procent van de verse instroom bij Nederlandse bedrijven is binnen zes maanden alweer vertrokken”, aldus de auteur. ,,In die eerste paar maanden hebben ze het bedrijfsleven bijna een half miljard euro gekost aan salaris, nog los van huisvesting en overige kosten. Dat geld is grotendeels over de balk gegooid want een nieuwe medewerker gaat over het algemeen pas na een halfjaar iets opleveren.”

Volgens Al is die verkwisting deels het gevolg van een slechte begeleiding van de nieuwe medewerker. Om iets aan de introductie te verbeteren geeft Al in zijn boek de nodige tips hoe een bedrijf nieuwe medewerkers langdurig aan zich kan binden. Toine Al: ,,Tweederde van de bedrijven doet weinig of zelfs helemaal niets aan het fatsoenlijk begeleiden en introduceren van nieuwe medewerkers. De meeste bedrijven hebben alleen maar een beduimeld lijstje liggen met een paar dingen die moeten worden geregeld als er een nieuwe collega arriveert. Daar staat dan op dat er een toegangspasje moet worden gemaakt, een computer beschikbaar moet zijn, een e-mailadres moet zijn aangevraagd en een parkeerplek in de garage moet worden gereserveerd. Allemaal erg belangrijk, maar zo’n lijstje is iets heel anders dan een volwaardig introductieprogramma.”

In zo’n programma moet het vooral draaien om het overbrengen van de bedrijfscultuur, meent Al. ,,Het gaat om vragen als: wie zijn wij als bedrijf, hoe werken we hier en wat vinden we belangrijk. Dat moet je op de nieuwe medewerker overbrengen. In mijn boek geef ik het voorbeeld van een middelgroot advocatenkantoor in Leiden. Persoonlijk contact met hun cliënten slaan ze zeer hoog aan, bijna hoger dan het draaien van een bepaalde omzet. Ze willen zich langdurig met kun cliënten verbinden. Deze houding tekent de bedrijfscultuur van dit kantoor en dat zie je terug in de manier waarop ze een nieuwe medewerker introduceren. Die wordt persoonlijk welkom geheten met een borrel, een cadeautje en een uitgebreid voorstelrondje. Op die manier wordt de nieuwe man of vrouw direct meegenomen in de bedrijfscultuur waar persoonlijk contact centraal staat.”

Een uitgebreid introductieprogramma is vandaag de dag misschien nog wel belangrijker dan een jaar of tien geleden. Dat zegt Carolijn Klaverdijk, personeelsmanager bij accountantsorganisatie KPMG. ,,Jonge mensen stellen steeds hogere eisen aan hun carrière. Ze willen snel vooruit en zijn minder geneigd om langdurig bij één werkgever te blijven. Ze gaan vrij snel op zoek naar een andere werkgever op het moment dat ze het idee hebben dat ze bij hun huidige baas niet kunnen doorgroeien. Een goede en gedegen introductie is ontzettend belangrijk bij het binden van nieuwe mensen. Doe je dat als bedrijf niet goed, dan maak je een slechte beurt bij je nieuwe medewerkers.”

KPMG trekt voor de begeleiding van nieuwe mensen veel tijd uit. Klaverdijk: ,,Een starter die hier binnenkomt begint met een algemene introductiedag. Men wordt welkom geheten door een vertegenwoordiger van de raad van bestuur en krijgt presentaties over KPMG en onze bedrijfsstrategie. Maar de eigenlijke introductie begint pas na deze eerste dag. Iedere nieuwkomer krijgt een coach toegewezen. De coach is iemand met een vergelijkbare achtergrond. Bovendien is het leeftijdsverschil met de pupil niet al te groot: ongeveer vier jaar. Dat verlaagt de drempel om zaken met elkaar te bespreken. Het coachingstraject duurt in elk geval een paar maanden maar vaak een jaar of langer, afhankelijk van de behoefte van de nieuwe medewerker.”

Tobias Reijngoud

Samen in de kroeg is toch anders

gepubliceerd in NRC-Handelsblad en nrc-next, oktober '08

Het klinkt aantrekkelijk: samen met een goede vriend een bedrijf oprichten. Maar samenwerken met iemand die je goed kent is lastiger dan je zou denken.

Starten van een eigen bedrijf: veel mensen durven het niet aan en verkiezen een veilig bestaan als loonslaaf in dienst van een ander. Maar ook de waaghalzen die de grote stap wél zetten, zoeken vaak naar een bepaalde vorm van zekerheid. Bijvoorbeeld door het bedrijf samen met een goede vriend op te zetten. Samen sta je sterker, is het idee. Helaas valt dat in de praktijk vies tegen. ,,Als ik twee vrienden aan mijn bureau krijg die van plan zijn om samen een bedrijf te starten, sta ik meestal niet te juichen.” Lia Smit van MKB-Nederland windt er geen doekjes om. ,,Een bedrijf starten met iemand die je goed kent is gecompliceerd”, meent de beleidssecretaris ondernemerschap. ,,Vaak ontstaan er na een paar jaar problemen, bijvoorbeeld omdat de ene partner harder aan het bedrijf trekt dan de andere.” Volgens MKB-Nederland zijn er geen cijfers waaruit de mate van succes of falen van ‘vriendenbedrijven’ blijkt. ,,Maar van de tien vriendenbedrijven die ik ken, is inmiddels meer dan de helft gestopt vanwege problemen in de onderlinge samenwerking”, zegt Smit, die benadrukt dat deze gegevens niet representatief zijn.

Vrienden die samen een bedrijf starten zijn veel te snel geneigd om te denken dat alles wel goed zal gaan, weet Gerhard Kadijk, bedrijfsadviseur bij de Kamer van Koophandel. ,,Dan zeggen ze: we kennen elkaar al tien jaar en gaan samen op vakantie. Dus komt het met onze samenwerking heus wel goed.” Die naïviteit is de bron van veel ellende. Kadijk: ,,Natuurlijk kunnen er ook problemen ontstaan tussen twee mensen die samen een bedrijf starten maar géén dikke vrienden zijn. Maar de kans op gedoe is in dat geval minder groot. Dat komt omdat vrienden vaak niet genoeg beseffen dat een sociale relatie iets anders is dan een zakelijke samenwerking.”

Als twee vrienden een bedrijf beginnen zouden ze volgens Kadijk even moeten vergeten dat ze vrienden zijn. ,,Het is van belang om de samenwerking strikt zakelijk te bekijken.” Dat doe je door al direct bij de start van het bedrijf een gedetailleerde samenwerkingsovereenkomst op papier te zetten, meent Kadijk. ,,Daarin moet vooral staan onder welke voorwaarden je in de toekomst eventueel uit elkaar kan gaan.” Maar dat is niet het enige. Kadijk: ,,Je moet bijvoorbeeld ook duidelijke afspraken maken over het aantal vakantiedagen. Onduidelijkheid over juist zoiets simpels kan leiden tot irritatie.” Maar ook minder concrete zaken moeten volgens de bedrijfsadviseur expliciet worden gemaakt. ,,Dan gaat het over de vraag wat voor bedrijf je eigenlijk wilt zijn”, legt Kadijk uit. ,,Welke opdrachten neem je wel aan en welke niet? Onenigheid daarover is vaak een bron van conflict.”

Ter illustratie vertelt Kadijk over een aannemersbedrijf waar hij als adviseur bij betrokken was. ,,Die zaak was gestart door twee vrienden. Ze deden vooral kleine klussen die de twee partners zelf uitvoerden. Op een gegeven moment kreeg het bedrijf de kans op een zeer groot bouwproject. Om dat uit te kunnen voeren zou er personeel moeten worden aangenomen en onderaannemers worden gecontracteerd. De ene partner wilde dat wel maar de ander vond de risico’s te groot. Uiteindelijk zijn beide vrienden met ruzie uit elkaar gegaan.” De oorzaak van het probleem: beide partners hadden het nooit gehad over de doelen van het bedrijf. Kadijk: ,,Willen we een tweemanszaak blijven of uitgroeien tot een grote onderneming? Dat hadden ze nooit met elkaar besproken.”

Samenwerken met een vriend lijkt dus een regelrechte slangenkuil. Daarom liever maar in je eentje een bedrijf starten? Zeker niet, vindt Wilco Huizing. De ondernemer-van-beroep heeft de afgelopen twee decennia samen met vrienden een aantal succesvolle bedrijven opgezet, waaronder detacheringbureau TASK in Utrecht dat inmiddels 100 werknemers telt. ,,De startperiode is taai en eenzaam. Je hebt nog geen opdrachtgevers en bent de hele dag bezig met bellen en contacten leggen. Het is veel leuker om dat samen met iemand te doen die je goed kent.” Maar ook Huizing waarschuwt voor te veel naïviteit. ,,Zakelijk samenwerken met een vriend is minder vrijblijvend dan gezellig met z’n tweeën in de kroeg hangen. Je moet bereid zijn om elkaar open en eerlijk de waarheid te zeggen. Vind je dat moeilijk, dan is het wellicht geen goed idee om samen een bedrijf op te richten.”

Tobias Reijngoud

De personal shopper koopt je nieuwe maatpak

gepubliceerd in NRC-Handelsblad en nrc-next, aug. '08

Een drukke baan en geen tijd om je vakantie te boeken of je auto te wassen? Geen nood: je kunt tijdrovende klusjes uitbesteden aan gespecialiseerde bedrijven.

Je rent overdag van de ene vergaderingen naar de andere, dineert met een belangrijke zakenrelatie en stuift na afloop naar huis om je kinderen nog net voor het inslapen Pluk van de Petteflet voor te lezen. Daarna babbel je kort met je vrouw om vervolgens nog een paar uur in de stukken te duiken voor de meetings van morgen. Na twaalven kruip je eindelijk tussen de lakens. Maar dan volgt de schrik van je leven. De verjaardag van je oude grootmoeder. Helemaal vergeten!

Herkenbaar? Dan is het wellicht handig om een bedrijf in te huren dat je allerlei klusjes uit handen neemt. Zoals het bezorgen van een bloemetje bij je grootmoeder. Bedrijven die dergelijke ‘gemaksdiensten’ aanbieden zijn sterk in opkomst. Vaak worden ze ingehuurd door werkgevers als extra service voor het personeel. SuperServer is zo’n aanbieder van gemaksdiensten. ,,Wij werken in opdracht van bedrijven zoals Heineken, Microsoft en McKinsey”, vertelt Anna Hendrikx, manager bij SuperServer. ,,Aan hun werknemers bieden we tientallen diensten. Zoals het wassen van de auto op de parkeerplaats van het kantoor. Dan hoef je dus niet na werktijd nog naar de carwash. Of een stomerijservice, waarbij personeel de vuile was naar kantoor neemt en opbergt in een speciale kast. Wij zorgen ervoor dat alles binnen twee dagen weer fris gestoomd wordt afgeleverd.”

Gemaksdiensten kun je ook zelf regelen, zonder je werkgever. Bijvoorbeeld via een thuiszorgorganisatie. Het is een trend, zegt Simone Ebben, manager bij Zorggroep Almere. ,,Van oorsprong richtten thuiszorginstellingen zich vooral op oudere mensen. Maar de laatste jaren kloppen ook jonge mensen en gezinnen met kinderen bij ons aan.” Die dertigplussers vragen volgens Ebben om uiteenlopende ondersteuning bij zaken als de financiële administratie, het tuinonderhoud en klein onderhoud aan het huis. Maar ze maken ook gebruik van de kapper-aan-huis. Handig, want thuis ben je tenminste direct aan de beurt. Thuiszorginstellingen treden op als intermediair tussen de klant en de aanbieder van de diensten. Om gebruik te maken van de thuiszorgdiensten betaal je een paar tientjes contributie per jaar. Daarbovenop komen de kosten voor de dienst zelf.

Wie een uitgebreider aanbod gemaksdiensten wenst, kan terecht bij private bankers. Deze financiële instellingen bieden in toenemende mate gemaksdiensten aan die niets te maken hebben met vermogensbeheer of bankieren. De diensten zijn vaak ook beschikbaar voor mensen die niet bij de instelling bankieren. ,,Tegen een jaarlijkse bijdrage van 2500 euro bieden wij services die het leven aangenamer maken”, vertelt Marjolein Boers, manager personal affairs bij private bank Insinger de Beaufort. ,,We kunnen tickets regelen voor concerten in binnen- en buitenland, ook als die evenementen officieel al uitverkocht zijn. We hebben onze contacten, vandaar. Ook organiseren we op verzoek kinderpartijtjes, jubilea, stedentrips of compleet verzorgde vakanties. Dat is fijn voor druk bezette zakenmensen die wél willen genieten van een leuk feest of een aangename vakantie maar geen tijd hebben om alles zelf uit te zoeken.”

Insinger de Beaufort levert desgewenst ook personal shoppers die je nog veel meer taken uit handen nemen. Zoals de aanschaf van een nieuwe garderobe. Marjolein Boers: ,,De personal shopper bespreekt van welke kledingmerken de klant houdt, welke kleuren bij hem passen en welke stijl favoriet is. Vervolgens kan de klant kiezen. Óf de inkoper gaat zelf naar een aantal winkels om kleding en schoeisel aan te schaffen en presenteert die vervolgens bij de klant thuis. Óf de klant gaat mee. In dat laatste geval wordt ervoor gezorgd dat onze klanten in winkels niet hoeven te wachten en direct worden geholpen.” Overbodig om te zeggen dat je met een personal shopper vooral in chique speciaalzaken winkelt en niet bij het kledingmagazijn.

Tobias Reijngoud

De zomer is gevaarlijk voor startende ondernemers

gepubliceerd in NRC Handelsblad en nrc-next, juli '08

In de zomer blijven facturen vaak weken op het bureau van de klant liggen. Daardoor komen startende ondernemers in de problemen.

De zomer is een mooie tijd voor werknemers in loondienst. De loonslaven hebben het hele jaar in dienst van hun baas netjes hun uurtjes gedraaid en mogen als beloning het duffe kantoorgebouw een paar weken achter zich laten. Op naar de Costa del Sol! Voor mensen met een eigen bedrijf is de zomer daarentegen helemaal niet zo lollig. Zeker voor startende ondernemers is het een periode vol voetangels en klemmen. Dat concludeert IFN Finance, een financieringsinstelling voor ondernemers. Afdelingsdirecteur Nicole Anink: ,,In de zomer duurt het vaak langer voordat de facturen die je aan klanten verstuurt, worden betaald. Dat heeft te maken met onderbezetting op de administratieafdelingen: men is met vakantie. Omdat veel starters geen financiële buffer achter de hand hebben, kunnen ze de late betaling niet altijd opvangen en komen ze in de knel.”

Anink ziet de problemen vooral terug bij jonge uitzendbureaus. ,,Een uitzendbureau moet zijn uitzendkrachten meestal wekelijks salaris betalen. Maar als het bureau zelf te laat wordt betaald door de bedrijven waarvoor het werkt, ontstaat er al snel een probleem.” Ook beginnende groothandelsbedrijven zijn in de zomer kwetsbaar, meent Anink. ,,Zo’n bedrijf moet zelf vaak forse rekeningen betalen aan zijn leveranciers. Als aan de andere kant de afnemers te laat zijn met de betaling, kan het bedrijf al snel geen nieuwe goederen meer inkopen. Dan stokt de bedrijfsvoering.”

De problemen die Anink signaleert worden bevestigd door MKB-Nederland. ,,Maar ze gelden niet alleen voor de zomer”, weet woordvoerder Els Prins. ,,Ook in periodes dat het economisch tegenzit kan het betalen van rekeningen stagneren. Dat geldt voor de facturen van alle bedrijven maar zeker voor die van starters. Afnemers durven de rekening van een kleine leverancier makkelijker te laten liggen dan die van een grote ondernemer.”

Starters zijn niet alleen kwetsbaar vanwege het feit dat ze geen financiële buffers hebben. Ze komen ook sneller in problemen doordat ze nog te weinig tijd hebben gehad om bij hun financiers een solide naam op te bouwen. Prins: ,,Een beginnende ondernemer die een krediet bij de bank heeft gekregen en in zijn eerste zomer direct in het rood komt, laat bij de bank de alarmbellen rinkelen. Hij loopt het risico dat de bank snel de stekker uit het bedrijf trekt. Een oudere onderneming die zich inmiddels heeft bewezen krijgt wat meer speelruimte.”

Hoewel het ‘zomerprobleem’ van starters door diverse partijen wordt herkend, is het aantal faillissementen van jonge bedrijven na de zomer niet hoger dan in andere periodes van het jaar. Dat blijkt uit een analyse door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Blijkbaar zijn de problemen nu ook weer niet zó groot dat ze grote groepen starters de kop kosten. De zomer mag een magere tijd zijn, veel starters strompelen er blijkbaar toch doorheen. Op hun tandvlees weliswaar, maar toch.

Daarover kan Marcel Nijenhuis meepraten. Hij begon twintig jaar geleden met zijn trainingsbureau De 8 Bronnen. Het is inmiddels een bloeiende onderneming maar zelfs nu houdt hij nog rekening met de zomerluwte. Nijenhuis: ,,Wij geven trainingen in het bedrijfsleven. Maar bedrijven nemen in de zomer geen trainingen af omdat hun personeel deels afwezig is. Dat betekent dat ons bedrijf in de zomer ruim twee maanden stil ligt. Bovendien worden de facturen in de vakantieperiode vaak te laat betaald. Ondertussen moet ik wel gewoon aan mijn financiële verplichtingen voldoen. Daarom zorg ik ervoor dat ik in het voorjaar extra omzet draai en geld opzij zet. Doe ik dat niet, dan wordt het in de zomer een beetje karig.”

Hoe voorkom je als starter dat je in de zomer over de kop gaat? Onder het motto voorkomen is beter dan genezen raadt MKB-Nederland starters aan om hun klanten van te voren te vragen wanneer hun financiële administratie met vakantie is. ,,Starters vergeten dat soms te doen”, zegt Els Prins. ,,Door gebrek aan ervaring voorzien ze de zomerluwte niet. Starters zijn bovendien vaak te beleefd. Ze willen hun klanten niet voor het hoofd stoten met ‘opdringerige’ telefoontjes.” Die bedremmelde houding hebben beginnende ondernemers ook op het moment dat ze merken dat hun facturen niet worden betaald, zegt Prins. ,,Dat is niet nodig. Als een klant de betalingstermijn laat verlopen is het absoluut verstandig om even vriendelijk te informeren naar de stand van zaken. Andere ondernemers begrijpen dat. Veel van hen zijn immers zelf ook ooit starter geweest.”

Volgens Nicole Anink van IFN Finance zijn starters niet primair gericht op het bijhouden van hun bedrijfsadministratie. ,,Een ondernemer is met zijn bedrijf begonnen uit passie voor zijn product of dienst. De administratie doet hij er vaak in de avonduren zo’n beetje naast. Hij verstuurt zijn facturen soms laat en let er niet op of klanten op tijd betalen. Met die houding snijdt hij zichzelf onnodig in de vingers.”

Tobias Reijngoud

Banenzoekers: kom uit je luie stoel

gepubliceerd in nrc-next, feb. '08

Een goede baan vind je niet door maar zo’n beetje op vacaturesites rond te klikken. Juist op een krappe arbeidsmarkt moet de banenzoeker extra veel moeite doen om zijn ideale functie te vinden.

Het aantal vacatures heeft een record bereikt. In het derde kwartaal van vorig jaar stonden er 225 duizend vacatures open, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat lijkt goed nieuws voor de banenzoeker. Die kan immers uit het enorme aanbod de meest ideale functie kiezen en hoeft zich niet te laten afschepen met een saaie, slecht betaalde betrekking. Het enige probleem: hoe vind je die wereldbaan in de onafzienbare vacaturezee? We zetten de vijf belangrijkste tips op een rijtje.

Tip 1: pas op voor passiviteit. Wie een goede baan zoekt, kan zich niet permitteren om alleen zijn cv op een paar vacaturesites achter te laten in de hoop dat bedrijven vanzelf gaan bellen. ,,Zo’n passieve houding is natuurlijk erg verleidelijk op de huidige, krappe arbeidsmarkt”, vertelt Jessica Lim, manager bij werving- en selectiebureau YER. ,,Het kan ook best tot een baan leiden, maar het is sterk de vraag of je op deze manier het werk vindt dat ook écht past bij jouw wensen en ambities.”

Tip 2: schrijf je eigen, ideale vacature. ,,Voordat je op banenjacht gaat, is het van belang om goed na te denken wat je nu eigenlijk zelf wilt”, zegt Freek ten Herkel, directeur bij loopbaanbegeleidingsbureau Van Ede & Partners. ,,Dat kun je doen door je eigen ideale vacature op te stellen. Die geeft houvast bij het zoekproces. Schrijf zo scherp mogelijk op welk werk je zou willen doen en wat voor bedrijf jou het meest aanspreekt. Denk ook na over de bedrijfscultuur waarin jij het beste tot je recht komt: wil je bijvoorbeeld in een commerciële omgeving werken of juist niet?”

Tip 3: boor je netwerk aan. Ongeveer een kwart van de mensen die op zoek zijn naar een nieuwe baan, vindt die via relaties en bekenden. Dat blijkt uit onderzoek van Intelligence Group, een bureau dat ontwikkelingen op de arbeidsmarkt analyseert. Je netwerk kan dus een mooie springplank zijn naar een nieuwe baan. Maar het inschakelen van bekenden is ook nuttig voor mensen die nog niet precies weten wat ze willen, zegt Ten Herkel van Van Ede & Partners. ,,Het kan leerzaam zijn om een aantal oriënterende gesprekken te voeren met mensen die in sectoren werken waar jij interesse in hebt. Op die manier ontdek je of het ook echt iets voor je is.”

Tip 4: staar je niet blind op de dingen die in personeelsadvertenties staan. ,,Het is heel lastig om op basis van een advertentie te beoordelen wat de functie inhoudt en wat de aard van het bedrijf is”, zegt Ten Herkel. ,,De meeste advertenties staan bol van de nietszeggende clichés: ‘We zoeken een dynamische teamspeler die communicatief is ingesteld’. Op basis van dat soort algemeenheden kun je moeilijk inschatten of de baan werkelijk interessant is. Kom dus achter je bureau vandaan en loop eens binnen bij het bedrijf waar jij zo op het oog wel wat voor voelt. Neem een brochure mee, maak een praatje met de receptioniste, proef de sfeer.”

Tip 5: zoek gericht naar vacatures. Wie eenmaal weet wat hij wil, kan het best gericht op zoek gaan naar vacatures en niet maar zo’n beetje door kranten, tijdschriften en vacaturebanken bladeren. Dat is de ervaring van Annette Postma (28), sinds een paar maanden werkzaam als marktonderzoeker bij CB Richard Ellis, een internationale vastgoedadviseur. Postma: ,,Algemene vacaturesites zijn veel te breed. Daar staat bij wijze van spreken alles op, en dat is lastig als je redelijk weet wat je wilt. Toen ik op zoek was naar een nieuwe baan, heb ik eerst bedacht bij welke bedrijven ik zou willen werken. Op hun sites heb ik de vacatures bekeken. Daar vond ik de interessante banen.”

Tobias Reijngoud

Zelfroosteren: alleen naar je werk als het zo uitkomt

gepubliceerd in: NRC-Handelsblad en nrc-next, dec. '07

Je werktijden afstemmen op je vrije tijd in plaats van andersom. Een illusie? In Zweden doet men het al jaren en inmiddels is de trend overgewaaid naar Nederland.

Zelf bepalen wanneer je werkt. Dat is de kern van het nieuwe fenomeen zelfroosteren. Niet langer is het de baas die vertelt wanneer het personeel op het werk moet verschijnen. Dat doen medewerkers grotendeels zélf. Vooral in de gezondheidszorg, dienstverlening en industrie is zelfroosteren in opkomst. Scandinavische landen lopen voorop maar inmiddels zijn ook in Nederland de eerste experimenten gestart, onder andere bij KLM en de Nederlandse Spoorwegen.

,,Zeggenschap over werktijden leidt vaak tot meer arbeidsvreugde”, vertelt Esther Segers, salesmanager bij Déhora Consultancy Group. ,,Door zelfroosteren kan het ziekteverzuim dalen met tien tot vijfentwintig procent, zo blijkt uit de ervaringen in Scandinavië. Bovendien gaat de arbeidsproductiviteit omhoog met soms wel acht procent.” Déhora begeleidt KLM bij een experiment met zelfroosteren. Zestig medewerkers van onder andere het call centre doen er aan mee. Segers: ,,We zijn benieuwd of we net zulke mooie resultaten gaan halen als in Scandinavië. Dat zal moeten blijken uit de evaluatie volgend jaar.”

Hoe gaat zelfroosteren in zijn werk? Neem de verpleegafdeling van een ziekenhuis. Het management bepaalt hoeveel verpleegkundigen op welke dagen en uren nodig zijn: de bezettingseisen. Verpleegkundigen maken op hun beurt voor zichzelf een ideale werkplanning: het wensenrooster. Daarbij kunnen ze rekening met privé omstandigheden, zoals hoe laat ze de kinderen van school moeten halen en wanneer ze naar fitness willen. De bezettingseisen en de wensenroosters worden in een computerprogramma aan elkaar gekoppeld. Waar beide roosters niet overeenkomen moeten de verpleegkundigen water bij de wijn doen.

In de praktijk blijkt echter dat de noodzakelijke wijzigingen beperkt zijn. ,,Het uiteindelijke rooster vervult 75 tot 90 procent van de wensen van de werknemers”, vertelt Elisabeth Fant, projectleider zelfroosteren bij AstraZeneca in Zweden. De farmaciegigant heeft zelfroosteren vijf jaar geleden ingevoerd op een aantal productieafdelingen waar in totaal zo’n 600 mensen werken, maar “we willen het aantal deelnemende afdelingen de komende tijd uitbreiden”, aldus Fant.

,,Op onze productieafdeling werkte men altijd in ploegendiensten. Dat had grote consequenties voor het sociale leven van de medewerkers”, vertelt Fant. ,,Ze konden ’s avonds bijvoorbeeld geen cursus volgen omdat ze dan vaak moesten werken. Door de werktijden zelf in te plannen kan dat ineens wel. Dat is een groot voordeel, niet alleen voor de medewerkers maar ook voor het bedrijf. Onze mensen zijn beter gemotiveerd nu ze het gevoel hebben dat hun leven niet volledig door hun werk wordt beheerst.”

Bij AstraZeneca wordt het zelfroosteren ondersteund door een computerprogramma van het Zweedse bedrijf Time Care. Volgens Time Care directeur Leendert Venema speelt zelfroosteren in op de algemene trend naar flexibilisering van de arbeidsmarkt, vooral door de toename van het aantal parttimers en de grotere arbeidsparticipatie van vrouwen. Venema: ,,Om ook voor deeltijdwerkers een aantrekkelijke werkgever te blijven is het nuttig om je mensen invloed te geven op de organisatie van hun werktijden. Dat gaat overigens niet zonder slag of stoot. Werkgevers en werknemers moeten op een nieuwe manier over werktijden en verantwoordelijkheden leren denken. Bij zelfroosteren is het immers niet meer zo dat alle werknemers om acht uur ’s ochtends de fabriekspoort inlopen. Ze komen wanneer ze nodig zijn en wanneer het hen uitkomt. De invoering van zelfroostering is een psychisch proces. Het kost tijd. Uit onze ervaring blijkt dat het ongeveer negen maanden duurt voordat alle betrokkenen gewend zijn en het systeem optimaal werkt.”

In Nederland gaat TNO Arbeid bij enkele grote bedrijven de komende maanden de effecten van zelfroosteren onderzoeken. Hoewel hij nog geen resultaten heeft, waarschuwt projectleider Jan de Leede voor teveel optimisme: ,,In Scandinavië zijn de resultaten weliswaar positief maar het is zaak om niet al te snel conclusies trekken. Het is soms moeilijk om precies aan te tonen in hoeverre bijvoorbeeld de daling van het ziekteverzuim wordt veroorzaakt door de invoering van zelfroosteren of door andere factoren. In onze evaluaties gaan we werknemers individueel bevragen. Dan kunnen ze aangeven wat de redenen zijn voor hun mogelijk afgenomen ziekteverzuim of toegenomen arbeidsvreugde.”

Tobias Reijngoud

Laat je niet opnaaien door Monsterboard

gepubliceerd in nrc-next, juni '07

Jobhoppers opgepast: veelvuldig van baan veranderen, kan het levensgeluk ernstige schade toebrengen. ,,Mensen die voortdurend wisselen, nemen te weinig tijd om hun capaciteiten te ontwikkelen en zich in hun werk te verdiepen,” zegt Hans De Witte, professor arbeidspsychologie aan de universiteit van Leuven. Jobhoppen ziet er misschien erg flitsend en dynamisch uit, ,,maar op langere termijn vinden jobhoppers minder snel het soort werk dat ze graag zouden willen doen”, aldus De Witte. ,,De eerste vijf jaar van iemands carrière zijn bepalend voor de toekomst. In die periode ontdekt men wat men kan en leuk vindt. Mensen met een erg instabiele carrière, hebben kans dat hun zelfvertrouwen wordt aangetast. Ze lopen zelfs het risico aan de kant te belanden.”

Jobhoppen niet zaligmakend? Wie de commercials van bijvoorbeeld vacaturebank Monsterboard.nl gelooft, zou zomaar denken van wel. Die praten ons aan dat er altijd wel ergens een betere baan voor het grijpen ligt. Het geluk ligt om de hoek, zo is de suggestie. Go! Go! Go! Alleen een sukkel blijft lang hangen in dezelfde baan.

Toch laat niet iedereen zich gek maken. Liesbeth Boschloo (35) werkte negen jaar als communicatieadviseur bij ICT-bedrijf e-office. Het was haar eerste baan. ,,Vooral jonge mensen in mijn omgeving reageerden verbaasd als ik vertelde hoe lang ik bij e-office zat. Veel mensen vinden het bijna verdacht als je ergens langer dan drie jaar werkt, zeker binnen de ICT. Dan gaat men zich afvragen of je eigenlijk wel ambitie hebt.” Onterecht, vindt ze. ,,Ik vond het erg bevredigend om mijn baan zo lang te vervullen. Júist als je ergens langer werkt, word je gedwongen om creatief te blijven en de lat steeds weer hoger te leggen. Er komen natuurlijk wel eens klussen langs die je al eerder hebt gezien, dan is het een extra uitdaging om je werk interessant te houden. Op zo’n moment moet je doorbijten en niet weglopen. Dat geeft een goed gevoel.”

Toch moet je ook weer niet overdrijven, vindt Boschloo. Ze is na negen jaar inmiddels overgestapt naar een nieuwe werkgever. ,,Tien jaar was voor mij toch wel een gevoelige grens.” Daarin is Boschloo niet de enige. Want ondanks alle hijgerige aansporingen van Monsterboard.nl com suis, stappen Nederlanders gemiddeld pas na acht tot tien jaar over naar een nieuwe baan, zo blijkt uit cijfers van het CBS.